Sobes.tech
Junior

Welke niveaus van het OSI-model kent u?

sobes.tech AI

Antwoord van AI

  1. Fysieke laag (Physical Layer): Overdracht van bits via fysieke media (kabels, radio). Bepaalt de elektrische, mechanische en fysieke kenmerken van de verbinding.
  2. Datalinklaag (Data Link Layer): Organiseert de gegevensoverdracht in frames en zorgt voor de levering ervan tussen naburige knooppunten. Verantwoordelijk voor foutcontrole en media-toegangsbeheer.
    // Voorbeelden van protocollen: Ethernet, Wi-Fi  
    
  3. Netwerklaag (Network Layer): Zorgt voor het routeren van pakketten van de bron naar de bestemming in het netwerk. Bepaalt de logische adressen (IP-adressen).
    // Voorbeelden van protocollen: IP, ICMP  
    
  4. Transportlaag (Transport Layer): Garandeert betrouwbare of onbetrouwbare (afhankelijk van het protocol) levering van gegevens tussen applicaties op eindknooppunten. Biedt segmentatie en stroomcontrole.
    // Voorbeelden van protocollen: TCP, UDP  
    
  5. Sessie laag (Session Layer): Stelt sessies tussen applicaties in, beheert ze en beëindigt ze. Verantwoordelijk voor dialoog-synchronisatie.
  6. Presentatielaag (Presentation Layer): Zorgt voor de omzetting van gegevens in een formaat dat door beide communicatieknooppunten wordt begrepen (bijvoorbeeld encryptie, compressie, codering).
  7. Applicatielaag (Application Layer): Biedt netwerkservices aan toepassingen van de gebruiker. Interageert direct met programma's.
    // Voorbeelden van protocollen: HTTP, FTP, DNS, SMTP